Zo wil ik niet oud zijn

Je hoort wel eens van, en spreekt wel eens mensen die niet meer door hun ouders worden herkend. Dat klinkt heel rot. Nog rotter is als het jezelf overkomt. Zoals mij vandaag. Mijn vader zat al even met me te praten toen hij opeens opmerkte dat ‘die andere’ ook nog zou komen. Ik vroeg hem wie hij bedoelde. “Paul. Die woont ver weg, en die heeft katten.”

Brain malfunctionAls je dat hoort kijk je toch wel even raar op. Ik vertelde hem dat ik die Paul ben. Daar keek hij van op, en even later begon hij weer over Paul. Die uit Cuijk. Zoiets zet je toch aan het denken.

Wil ik zo oud worden? Wie denkt hij dat ik nu ben? Hoevaak is het al gebeurd dat hij niet weet wie ik ben?

Mijn vader is al een tijd aan het ‘wegglijden’ en soms is dat erg moeilijk om aan te zien. Ik weet dat het voor hem ook heel moeilijk is; dat kan ik zien aan zijn ogen en vaak horen in zijn stem. Alles loopt door elkaar. Boekhouden, computers, de belastingen, vroeger, nu, dat wat ooit was en… misschien zelfs dat wat mogelijk nooit geweest is? Hij zei vandaag nog tegen me, “Het is geen leven zo.” Hij lijdt er zelf ook onder want hij heeft nog vaak heldere momenten waarin hij zich realiseert dat het in zijn hoofd helemaal fout gaat.

Zo wil ik niet oud zijn. Ik wil als het er op aankomt een waardig einde. Een goede dood. Daarom ben ik lid geworden van de Nederlandse Verening Voor Euthanasie. Want echt, zo wil ik niet oud zijn.